Heup

Ortho-Care bestaat uit een team van ervaren orthopedisch specialisten. Voor de heup zijn dat dr. T. (Tom) Hogervorst, dr. H.J. (Hubert) Oostenbroek, dr. R.L.M. (Ruud) Deijkers, dr. J.C.T. (Joris) van der Lugt en drs. W. (Wouter) Schaasberg (chef de clinique). Naast andere behandelingen voeren zij zo'n 850 prothese-operaties per jaar uit.

Zij voeren de volgende behandelingen uit:

heup_gewricht.jpgHet heupgewricht is een kogelgewricht: kop en kom passen precies in elkaar. De heupkom is onderdeel van het bekken. Het bekken biedt bescherming aan inwendige organen en fungeert als 'kapstok' voor buik- , bil- en been spieren. De heupkop is de bol van het gewricht en maakt deel uit van het dijbeen.

Kraakbeen

Zowel kom ('acetabulum') als kop zijn bedekt met kraakbeen dat werkt als glijlaag van het gewricht. In combinatie met het gewrichts(smeer)vocht zorgt dit ervoor dat het heupgewricht vrijwel zonder wrijving beweegt. Aan de rand van de heupkom bevindt zich een kraakbeenring ('labrum'), die het dragend oppervlak van de heupkom vergroot maar vooral functioneert als afsluitring om de gewrichtsvloeistof in het gewricht te houden.

Kapsel

Rond het heupgewricht zit een zeer stevig gewrichtskapsel. Dit zorgt ervoor dat de kop in de kom blijft. Aan de binnenkant van het kapsel bevindt een dun laagje slijmvlies dat het gewrichtsvocht produceert en het gewricht voedt. Het heupgewricht laat grote beweeglijkheid toe.

Spieren

Rond het heupgewricht bevinden zich vele spieren. Naast het bewegen van het been dragen deze actief bij aan de stabiliteit van het gewricht. De belangrijkste heupspiergroepen zijn: de extensoren, de abductoren en de exorotatoren.

Extensoren
Extensoren zijn bovenbeenstrekkers. Vooral de grote bilspier of gluteus maximus. De extensoren gebruik je met name bij het opkomen uit een zittende positie zoals het opkomen uit een stoel, auto of toilet.

Abductoren
De abductoren zwaaien het bovenbeen naar buiten zwaaien. Vooral de middelste bilspier of gluteus medius. De abductoren stabiliseren het bekken bij het lopen. Bij een zwakte van deze spieren onstaat een typisch en hinderlijk waggelend looppatroon (Trendelenburg gang).

Exorotatoren
De exorotatoren (die het bovenbeen naar buiten draaien) o.a. piriformis spier. De exorotatoren stabiliseren de heup.

Slijtage

De functie van de heup is het dragen en voortbewegen van het lichaam. Hierbij komen er weliswaar grote krachten op het gewricht en kraakbeen te staan, maar de meest voorkomende oorzaak voor het ontstaan van slijtage van de heup (coxartrose) is een vormafwijking of afwijkende passing van de kop in kom zoals heupdysplasie of heup-impingement.

Operatie

De meest anatomische manier om het heupgewricht te bereiken voor operaties is tussen de spieren door zonder deze los te snijden van het bot. Zo wordt het minst beschadigd, kan de revalidatie het vlotst verlopen en is het eindresultaat het best.

Voor de heup kan dit het best via de voorzijde van het heupgewricht, omdat het gewricht hier direct onder de spieren ligt. De heup wijst als het ware naar voren: zie 'voorste benadering' van de heup en informatie voor fysiotherapeuten.